Notulen van 04/10/2001 - Voorlopige uitgave
Mensenrechten: Verenigde Naties: Werelddag van verzet tegen extreme armoede
B5-0616, 0619, 0627, 0635, 0644, 0654/2001 Resolutie van het Europees Parlement over de Werelddag van de Verenigde Naties voor de uitbanning van armoede
Het Europees Parlement, - gezien resolutie nr. 47/197 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 22 december 1992 waarin 17 oktober wordt uitgeroepen tot Werelddag voor de uitbanning van armoede, - gezien de doelstellingen voor de bestrijding van armoede en ziekten die zijn bepaald op de millenniumviering van de Verenigde Naties in september 2000 in New York, - gelet op de artikelen 1, 14, 15, 34 en 35 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, - gezien de conclusies van de Europese Raden van Lissabon, Nice en Göteborg betreffende de strategie tegen sociale uitsluiting, - gezien zijn resolutie van 23 oktober 1996 over de Internationale dag van de armoedebestrijding(1), - eraan herinnerend dat de Werelddag voor de uitbanning van armoede op 17 oktober 1987 is ingesteld door pater Joseph Wresinski, stichter van de internationale beweging ATD Quart Monde, A. overwegende dat armoede een schending van de mensenrechten is en een onaanvaardbare aantasting van de menselijke waardigheid, B. overwegende dat de strijd tegen armoede van cruciaal belang is voor de vrede in de wereld en voor duurzame ontwikkeling en dat zij op de verschillende communautaire beleidsterreinen de plaats moet krijgen die haar toekomt, C. overwegende dat armoede honderdduizenden vrouwen, mannen en kinderen in de hele wereld treft en dat meer dan een miljard mensen leven met minder dan een dollar per dag, D. overwegende dat in de Europese Unie 65 miljoen mensen leven met minder dan 60% van het gemiddelde nationale inkomen, met grote verschillen tussen de lidstaten, E. overwegende dat meer inzicht nodig is in de onderlinge samenhang van het beleid inzake economie, sociale zaken, milieu, cultuur en onderwijs, F. overwegende dat de strijd tegen de armoede de bevordering inhoudt van solidariteit tussen alle burgers en in het kader van de Noord-Zuiddialoog, G. overwegende dat de Raad en het Europees Parlement onlangs overeenstemming hebben bereikt over het communautair actieprogramma ter bevordering van samenwerking tussen de lidstaten ter bestrijding van sociale uitsluiting, waarmee een beter begrip wordt beoogd van het verschijnsel sociale uitsluiting en in het kader waarvan de organisatie wordt gepland van gezamenlijke leerprocessen in het raam van de nationale actieplannen van de lidstaten ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, H. overwegende dat de Europese Raad zich er op de Top van Göteborg toe heeft verplicht om voor de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in 2002 concrete vooruitgang te boeken in de richting van het VN-streefcijfer voor officiële ontwikkelingshulp van 0,7% van het BBP, 1. verzoekt de hele Unie 17 oktober plechtig uit te roepen tot Europese Dag voor de uitbanning van armoede; 2. verzoekt de Europese instellingen zich duidelijk uit te spreken voor een partnerschap met de verenigingen ter bestrijding van armoede en aan het sociale beleid dezelfde prioriteit te verlenen als aan het economische beleid; 3. verzoekt de Raad aan de Commissie om voor de Wereldconferentie van de Verenigde Naties over de financiering van ontwikkeling in maart 2002 concrete voorstellen in te dienen over de manier waarop de Europese Unie van plan is de doelstelling te halen van 0,7 procent van het BBP voor ontwikkelingshulp; 4. verzoekt de Commissie, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en zijn Commissie werkgelegenheid en sociale zaken elk jaar op 17 oktober een openbare evaluatie te houden van het communautaire beleid inzake de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting, in samenwerking met sociale actoren, met name degene die een stem geven aan de allerarmsten; 5. verzoekt de lidstaten en kandidaat-landen zich bij dit initiatief aan te sluiten op lokaal, regionaal en nationaal niveau; 6. is verheugd over het initiatief van het Belgische voorzitterschap om op 17 oktober 2001 in het Europees Parlement een gezamenlijke vergadering te organiseren van de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, in de vorm van een buitengewone vergadering van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, met het oog op de presentatie van het Commissieverslag over sociale insluiting, in aanwezigheid van de NGO's, het Comité voor sociale bescherming en de vertegenwoordigers van de lidstaten; 7. verzoekt de lidstaten echte strategieën uit te werken, met inbegrip van de uitwisseling van beste praktijken, voor de totstandbrenging van een gelijke toegang van iedereen tot fundamentele rechten als onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, en ook cultuur en een vaste baan, in het kader van het plan voor sociale integratie van elke lidstaat, waarbij prioriteit moet worden verleend aan de meest kwetsbaren; 8. verzoekt de Commissie een verslag op te stellen over de economische, sociale en menselijke kosten van armoede en sociale uitsluiting, in samenwerking met de lidstaten, de vakbonden en de verenigingen ter bestrijding van armoede; 9. is van mening dat de nieuwe informatie- en communicatietechnologie kan bijdragen tot een vermindering van de sociale uitsluiting; acht het bijgevolg onontbeerlijk de toegang van iedereen tot de informatiemaatschappij te bevorderen; 10. herinnert eraan dat de Europese Raad van Nice de door de Raad geformuleerde doelstellingen inzake de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting heeft goedgekeurd en dat de lidstaten in juni 2001 hun nationale actieplannen, die een periode bestrijken van twee jaar, hebben gepresenteerd; verzoekt de Raad om overeenkomstig het door de Europese Raad van Stockholm verleende mandaat de follow-up van de op dit gebied ondernomen acties te verbeteren, door uiterlijk eind dit jaar in onderlinge overeenstemming indicatoren voor de strijd tegen sociale uitsluiting vast te stellen; 11. verzoekt dat op het voorplein van het Europees Parlement in Brussel een tegel wordt geplaatst ter ere van de slachtoffers van armoede, naar het voorbeeld van de tegels op het voorplein van het Trocadéro in Parijs, de Raad van Europa in Straatsburg, de Rijksdag in Berlijn, de basiliek Sint-Jan van Lateranen in Rome en de Verenigde Naties in New York; 12. verzoekt de Europese instellingen duidelijk hun steun te betuigen aan een nauw partnerschap met de verenigingen ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting; 13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de nationale parlementen van de lidstaten, de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, het Platform van Sociale NGO's, het Europese Netwerk tegen armoede (EAPN, European anti-Poverty Network), het secretariaat van de Internationale Arbeidsorganisatie, de Conferentie van de Verenigde Naties over de minst ontwikkelde landen (UNLDC, United Nations Conference on the Least Developed Countries), de ACS-landen, het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF, United Nations Children's Fund),de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (UNCTAD, United Nations Conference on Trade and Development) en het Wereldvoedselprogramma (WVP). (1) PB C 347 van 18.11.1996, blz. 87.